Slechte punten door testosteron
Dat jongens op school slechter presteren dan meisjes, heeft niet alleen met machogedrag te maken. Ook hun hormonen zijn een spelbreker.
Vanaf elf à twaalf jaar is er bij jongens een sterke toename van het hormoon testosteron. Dat maakt de leerlingen onrustiger en competitiever. En dat botst met de strakke structuur die het onderwijs oplegt.
Zo luidt de conclusie van de socioloog Hans Vermeersch (Universiteit Gent). Hij maakte over de prestatieverschillen tussen jongens en meisjes een onderzoek op vraag van het Centrum voor Genderstudies.
Dat die verschillen er zijn, blijkt onder meer uit de spijbelcijfers. Daarnaast hebben jongens ook meer kans om te blijven zitten. En zelfs de doorstroming naar het hoger onderwijs is overwegend vrouwelijk.
Een deel van de verklaring is het verschil tussen de jongens- en meisjescultuur op school. Dat bevestigt Mieke Van Houtte, met wie Vermeersch zijn onderzoek maakte. Van Houtte stelde vast dat jongens vooral populair willen zijn bij de andere jongens. Dat machogedrag, waarbij het vooral de bedoeling is zo weinig mogelijk te studeren, botst met de school. Dat gedrag bepaalt ook het verwachtingspatroon van de leraars. Deze self-fulfilling prophecy doet de kloof tussen jongens en meisjes toenemen.
De biologische invalshoek van Vermeersch sluit daarbij aan. 'Jongens en meisjes hebben een verschillende hormonale ontwikkeling', aldus de jonge onderzoeker. 'Meisjes hebben in hun puberteit vooral een toename van het hormoon oestradiol. Daardoor worden zij gevoeliger voor wat in hun directe omgeving gebeurt. Vooral de intieme relaties, met de familie en de beste vriendinnen, zijn belangrijk. Zij hebben niet dezelfde onrust als de jongens.'
Meisjes hebben volgens Vermeersch gemiddeld minder kans op risicogedrag. Al is dat natuurlijk niet uit te sluiten, vooral wanneer er een probleem is in de intieme relaties.
'Net als bij de meisjes is er bij jongens een wisselwerking tussen de hormonale ontwikkeling en de omgeving. Jongens zoeken “soortgenoten, op. Samen gaan ze dan spijbelen, of doen ze andere dingen die hun schoolsucces ondergraven.'
De opstandigheid van jongens wordt ook door het onderwijs versterkt. 'De school heeft per definitie een strakke structuur, en dat botst met de creativiteit en de assertiviteit van de jongens. In het onderwijs staan eerder vrouwelijke waarden zoals conformisme en netheid voorop.'
DS, 30-04-2007 (Pieter Lesaffer)
Dat jongens op school slechter presteren dan meisjes, heeft niet alleen met machogedrag te maken. Ook hun hormonen zijn een spelbreker.
Vanaf elf à twaalf jaar is er bij jongens een sterke toename van het hormoon testosteron. Dat maakt de leerlingen onrustiger en competitiever. En dat botst met de strakke structuur die het onderwijs oplegt.
Zo luidt de conclusie van de socioloog Hans Vermeersch (Universiteit Gent). Hij maakte over de prestatieverschillen tussen jongens en meisjes een onderzoek op vraag van het Centrum voor Genderstudies.
Dat die verschillen er zijn, blijkt onder meer uit de spijbelcijfers. Daarnaast hebben jongens ook meer kans om te blijven zitten. En zelfs de doorstroming naar het hoger onderwijs is overwegend vrouwelijk.
Een deel van de verklaring is het verschil tussen de jongens- en meisjescultuur op school. Dat bevestigt Mieke Van Houtte, met wie Vermeersch zijn onderzoek maakte. Van Houtte stelde vast dat jongens vooral populair willen zijn bij de andere jongens. Dat machogedrag, waarbij het vooral de bedoeling is zo weinig mogelijk te studeren, botst met de school. Dat gedrag bepaalt ook het verwachtingspatroon van de leraars. Deze self-fulfilling prophecy doet de kloof tussen jongens en meisjes toenemen.
De biologische invalshoek van Vermeersch sluit daarbij aan. 'Jongens en meisjes hebben een verschillende hormonale ontwikkeling', aldus de jonge onderzoeker. 'Meisjes hebben in hun puberteit vooral een toename van het hormoon oestradiol. Daardoor worden zij gevoeliger voor wat in hun directe omgeving gebeurt. Vooral de intieme relaties, met de familie en de beste vriendinnen, zijn belangrijk. Zij hebben niet dezelfde onrust als de jongens.'
Meisjes hebben volgens Vermeersch gemiddeld minder kans op risicogedrag. Al is dat natuurlijk niet uit te sluiten, vooral wanneer er een probleem is in de intieme relaties.
'Net als bij de meisjes is er bij jongens een wisselwerking tussen de hormonale ontwikkeling en de omgeving. Jongens zoeken “soortgenoten, op. Samen gaan ze dan spijbelen, of doen ze andere dingen die hun schoolsucces ondergraven.'
De opstandigheid van jongens wordt ook door het onderwijs versterkt. 'De school heeft per definitie een strakke structuur, en dat botst met de creativiteit en de assertiviteit van de jongens. In het onderwijs staan eerder vrouwelijke waarden zoals conformisme en netheid voorop.'
DS, 30-04-2007 (Pieter Lesaffer)
Nee nee, even serieus. Ik was eingelijk verbaasd! Ik dacht dat ettertjesgedrag een gevolg was van de opvoeding. Dit zal er natuurlijk ook mee te maken hebben, maar blijkbaar is het gedrag ook 'biologisch' bepaald. Als ik dit dan koppel aan mijn stagelessen, kan ik dit grotendeels bevestigen, maar er zijn toch ook vele andere gevallen! Het machogedrag weerspiegelt zich immers ook op het vrouwelijk geslacht! Achja... als de leerlingen iets meer respect toonden voor ons, stageleerkrachten en natuurlijk ook de gewone leerkrachten, zou ik al blij zijn. Daarvoor heb ik al die onderzoeken niet nodig! Gewoon respect
Comment