Enkele dagen geleden werd ik in mijn hoofd geconfronteerd met volgende tegenspraak tussen 2 zegswijzen:
1. Als je ergens bent, maar er is (bijna) niemand dan zeggen we: 'Er was geen kat.'
2. Als iemand eigenlijk moest komen, maar hij is niet komen opdagen, dan zeggen we: 'Hij stuurde zijn kat.'
1+2: Bijgevolg: "Hij stuurde zijn kat, maar er was geen kat."
=> Mijn vraag: Wat is er met die kat onderweg gebeurd?
(Vergeef me de domheid, maar zo'n dingen zijn toch mooi in onze taal!)
1. Als je ergens bent, maar er is (bijna) niemand dan zeggen we: 'Er was geen kat.'
2. Als iemand eigenlijk moest komen, maar hij is niet komen opdagen, dan zeggen we: 'Hij stuurde zijn kat.'
1+2: Bijgevolg: "Hij stuurde zijn kat, maar er was geen kat."
=> Mijn vraag: Wat is er met die kat onderweg gebeurd?
(Vergeef me de domheid, maar zo'n dingen zijn toch mooi in onze taal!)

Comment